woensdag 25 januari 2023

Prentkaarten uit Honfleur


Op 1 juli 1917 is Achille ingetreden in het leger 

Hij verblijft in het opleidingskamp te Honfleur. Op postkaarten schrijft hij.
1.Ander nieuws weet ik nog niet. Ik vind de tijd zonder nieuws lang.
2.Doet de complimenten aan geheel de familie en in het Hospitaal aan de zusters en andere vrienden en kennissen.
3.Ik heb mij gisteren doen trekken voor 6 fr. en heb 5f>. gevraagd aan een maat . Als ge mij nog een weinig geld zou opzenden dat zou mij wel plijzieren.









   

        






 
Ge ziet de kerke waar wij naar de misse gaan.
Wij zijn allen de pokken gezet en liggen bijna
 allen in bedde.

Kerstkaart 1917 uit Honfleur
Beminde zuster,                                                                                                         ik kom u een zalig hoogdag wenschen.    Het is een weinig laat maar ik lig 3dagen met de zeere keel en in het hoofd en de kurs gelijk een paard.                                   Vandaag is het gebeter en daarom zend ik u een kaart                                       Wenscht een hoogdag aan gheel de familie. Van u toegengen broeder Achiel


zondag 29 augustus 2021

Brief uit Honfleur 31 augustus 1917

 

 Achiel verblijft al twee maanden in het opleidingskamp van Honfleur en schrijft naar  zijn zus.

Omdat zijn thuis nog geen oorlogsvergoeding ontvangen maant hij  hen aan om de heren van het kasteel van Vertheuil waar zij verblijven te doen  schrijven naar het Ministerie van oorlog. Zij zijn  daar meer geleerd, schrijft hij.

Ook laat hij weten dat hij binnen kort in congé kan komen maar de reis zelf moet betalen, nl. 15 fr.  Dat is het bedrag van 7 weken sparen  daar hij 2fr. per week  soldij trekt. Enkel de frontsoldaten kunnen gratis reizen.

Zie de brief.

 

Honfleur le 31 Aout 1917

Beminde zuster,

Ik haast mij om u te antwoorden op den brief die ik vandaag ontvangen heb waarin ik zie dat het pakje weg is.

Gij zegt mij ook dat gijder niet meer en trekt . Voor mij is het al lang dat ik u gezegt heb dat gij moeste schrijven naar den minister van oorlog om te trekken. Gij moet maar doen schrijven in het kasteel. Zij zijn daar goed geleerd. Want hier de soldaten trekken allen in haar huis 1,25 fr. daags. Wijder trekken hier 2 fr. te weeke in de kaseerne.

Alix, gij antwoord wel niet op den brief die ik geschreven heb waar ik van congé gesproken heb.

Wij gaan beginnen congé te hebben , alles op zijnen tijd, van het begin van den 15e elk tien dagen thuis blijven. Maar wij moeten kunnen den trein betalen, zo niet kunnen  wij niet weg . Het is maar aan het front dat wij kunnen komen voor nieten. Ik weet niet wat dat zal kosten. Het zal zeker  rond de 15fr.zijn.

 Nu, ander nieuws weet ik niet te vertellen. Ik heb een brief gehad van Valere Dewulf. Zij doen de complimenten. Zij konden bijna niet gelooven dat ik nu soldaat ben.

Aanveerd mijne beste groeten.

 Uwen broeder Achille Vandamme

maandag 8 februari 2021

Achille zoekt een lief

 

Honfleur 13.12.1917

Ik zie hier den brief van Alida.                                                                                                Zij vraagt om het adres te hebben van Capon. Ik zal er niet van begaren. Gij moet maar doen wat gij wilt maar ik zal het niet opzetten. Ik zal haar eenige rare dingen schrijven en zeggen dat uw broeder nog geen lief hebt  en dat altijd achter zoekt. Wat dat gij ,daarvan zal zeggen. Het is een snel meisje ge het niet vergeten. Ik zal het adres van Demyttenaere niet geven. Als gij het wilt geven moet gij maar insteken.

Wellicht is dat het antwoord  van zijn zus Alix.                                                      In een kladbrief  in gebrekkig frans  naar een zekere Alida lezen wij

Vertheuil 17/12/1917

Cher Alida,

Je fait reponse a votre lettre qui me fait bien plaisir et j'ai vu que vous ete toujour a bonne sante et de nous tous il et de meme.J'ai vu que votre pere est toujour a bonne sante vous le ferai bbien le bonjour de nous tous.Vous dit que lui tarde bien de retourner a Belgique  mes je croi qui et pas seul. Il nous tarde bien aussi pour revenir en Belgique.

Mon frére il lui tarde bien que la guerre finise pour se marier mes puisque a maintenant il a trouve personne. Si vous lui trouvai quelquez chose, sa lui fairai bien plaisir.                                 Le bonjour de nous tous et surtout de mon frère.Faite bien le bonjour a votre pere.

Reserve un bonne poigné de main de votre ami   Alice 


Op 16 januari schrijft Achille van uit St. Quentin

Alice, Gij hebt over twee dagen een brief gezonden van Alida Gesquiere. Is dat om te antwoorden laat het mij weten.

Op 19 januari schrijft hij 

" Alix, ik heb eene schoone postkaarte  gehad van Alida Ghesquire. Ik geloof dat zij het zal meenen.. Ik zal haar een schoon briefke maken."

Op 9/7/1917 schrijft hij:  
 " doe de complimenten aan heel de famille aan de zuster van het hospital ook aan dikke Jeanne en als gij Zitha Marcou ziet doet ne keer de complimenten en vraag ne keer haar adres”.

Gent den 1december 1918       ” k heb vandaag 2 brieven ontvangen waarop gij mij laat weten dat mijn oud lief van St.Estephe met een amerikaan vrijt. Ja, zij moet haar plan trekken. Ik vaag er mijn klooten aan. 'K heb hier al lang een in Gent. Van den eersten dag dat wij hier waren had ik al een lief. Nu alice ik heb mij ne keer laten trekken in gent in grand tenu en ik vind dat ik schoone getrokken ben . ' k zal er een insteken.”
Frond 9.4.1918 " Ik heb gezien op uwen brief dat er 26 jonge dochters toegekomen zijn van Paris en dat er snelle bij zijn. Wilt gij iets doen voor mij gij zouw moeten vragen als er geen zijn die zouw willen in correspondence geraken met Belgische soldaten voor mij en mijne cameraden maar eerst voor mij. het zouw mij veel plysier doen en ik moet de die van St.Estephe niet meer hebben. Zij heb schoone brieven geschreven maar ik heb ze afgeschreven. dat ze mijn klooten kust.
Op 23 mei doet hij weer de groeten aan de kennissen "zonder Zitha te vergeten en de schoone meisjes van Paris;"
16.5.1918 " Ik heb goed uwen brief ontvangen waarin gij zegt dat de de meisjes van Paris niet mogen schrijven omdat zij bij de nonnen zijn ook zegt gij dat ik nog te jong ben om naar vrouwvolk te schrijven. Als men niet mag schrijven aan 20 jaar men zal niet mogen schrijven aan 50 jaar ook niet. Nu ik zal wel eene vinden als ik in congé kom. Ik ben er zeker van. ja zij weten wel wat zeggen, 

13.07.1918  Ik heb gezien in uwen brief dat er Amerikaanse troepen in Vertheuil gaan komen om een vliegplein te maken. Ja dat zal ook verslechten voor mij. Die Amerikaanse zullen zeker al weg loopen met dat vrouwvolk. Maar gij gaat Zitha niet laten pakken zulle. Gij moet het haar ne keer zeggen al lachen al zoo. Wat zal ze zeggen. Ge doet mijne complimenten .






vrijdag 5 februari 2021

Zwaar winterweer

Achiel schrijft aan zijn zuster:

Honfleur   10/12/17 

" Het is hier vreselijk kouwt , het vriest dat krakt en op de boord van de zee gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zauw moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht  gevallen van de kauwde aan mijn handen."

 EEN VOET DIK GESNEEUWD  17/12/17  

" wij hebben vandaag niet moeten uitgaan want de sneeuw lag een voet dikke en gij mag geloven dat hier kouwd is. Ik verlang achter die handschoenen die ik u gevraagd heb want ik zit hier te yveren van de kauwde "




St Quentin 18/1/18  VERVOREN VOETEN    

" wij vertrekken donderdag toekomende naar het frond of wel zaterdag maar ik geloof wel van zaterdag als gij nog iets wilt opzenden gij hebt nog juist tijd want als wij op het front zullen zijn zal het wel geen zoo wel meer gaan dan hier want het zal wel een maand duren eer dat wij juist in onze divisie zullen zijn en nog ik zal trachten in een hospital te gaan met mijne vervroren voeten. Hier kijken ze daar niet achter maar ik zal wel trachten mijne karot te trekke




                                                                                                                                                                                                                                                                   METEO  PARIS 1917-18  De la mi-décembre 1917 à la mi-janvier 1918,

            hivers se suivent et se ressemblent puisque le froid fait de nouveau une apparition très remarquée du 16 décembre 1917 au 10 janvier 1918.    L’épisode 

 débute par d’abondantes chutes de neige, notamment sur Paris où il tombe   

                  13cm. A partir du 24 décembre, le froid redouble d’intensité et des

               températures sous souvent inférieures à -10°C. Le 29 décembre, Perpignan est   

               de nouveau ensevelie sous 40cm de neige. La matinée du 5 janvier 1918 es

               t l’une des plus froide avec des pointes à -7°C à Perpignan, -13°C à Paris (-14°C à St-Maur), -15°C à Clermont-Ferrand, -16°C à Nancy et -17°C à Ly


 n.


woensdag 11 september 2019

Zijn verblijf in het opleidingskamp in Honfleur


Zijn verblijf in het opleidingskamp in Honfleur

Op 1 juli 1917 werd hij opgeroepen in het leger. Op 2 juli schrijft hij dat hij in Honfleur toegekomen is en geeft zijn adres op: Achille Vandamme CJ no 2/5 Compagnie – Honfleur

Op 6 juli schrijft hij :

 “Ik moet u ook zeggen dat wij ons witte brood eerst gegeten hebben. Die hier zijn zonder geld,  zijn niet gelukkig. Wij moeten vele marschen doen. Wij hebben al onze kleren en onze wapens en morgen moeten wij om 9 uur een bad nemen in de zee. Wij moeten ’s morgens om 5 uur op en om 6 uur hebben wij onze koffie en ’s middag een weinig aardappelen en een weinig vlees en ’s avonds een weinig rijst.”
" Het eten is wel goed is voor de zwijns, geen boter op het brood en wijn van de pompe, er is maar één ding dat goed is en dat is het brood, alle dagen vers.”

Over de discipline 
schrijft hij:

 “ Er zijn dagen dat ik niet kan schrijven omdat ik gestraft ben, maar het gebeurt niet dikwijls. Het gebeurt dikwijls dat men hier gestraft is om te spreken in de rang of achterom te zien."
Een andere keer: “
" Er zijn er hier die Cachot gedaan hebben en die niet mogen in congé gaan. Ik heb nooit Cachot moeten doen en heb maar twee dagen moeten thuis blijven. Ik heb die dagen geen geld verdaan.”

In september zou hij tabak bezorgen voor zijn vader daar deze ginder veel goedkoper is maar hij liet weten dat hij de tabak niet durft opzenden. " Er is er een gestraft met 30 dagen cachot om tabak op te zenden."
Ook wie te laat binnen is na zijn verlof krijgt cachot

ONWEER OP ZEE EN GEEN BROOD - ZWAAR WINTERWEER


Honfleur 11/10/17    "Ik laat u weten dat ik nog niet gezond ben. Het is al den 4den dag. Ik geloof dat het van flauwte is want wij hebben geen brood meer gehad sedert  13 dagen door het geweldig onweer op zee want de scheep aan haven kan niet toekomen en alzoo hebben we geen brood nog vleesch. En om altijd te kopen het kan ook niet gaan want het geld is al licht genoeg uit. Ik heb liever een weinig honger te lijden of zonder geld in mijn zakken. Ik geloof dat het belsch leger zal uitsterven."
   Honfleur   10/12/17  " Het is hier vreselijk koud, het vriest dat krakt en op de boord van de zee . Gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zou moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht gevallen van de kouwde aan mijn handen."
 Een week later:" wij hebben vandaag niet moeten uitgaan want de sneeuw lag een voet dikke en gij mag geloven dat hier koud is. Ik verlang achter die handschoenen die ik u gevraagd heb want ik zit hier te yveren van de koude "



 

dinsdag 10 september 2019

Achiel als bakkersgast

Achiel als bakkersgast

Als landbouwerszoon op de hoeve “De Roobaert” was hij de broer van mijn moeder. Op 15 jarige leeftijd werd hij te werk gesteld als leerling bakkersgast.
 Tijdens de oorlog 14-18 vluchtte hij  met zijn ouders naar Frankrijk. Zij verbleven er op een kasteelhoeve in Vertheuil terwijl hij in Bordeaux werkte hij in een bakkerij. 
Bijna dagelijks schrijft hij naar zijn zus waarvan meer dan honderd brieven bewaard zijn.

 Op 17 oktober 1916 laat hij weten dat hij aangekomen is in de bakkerij in Bordeaux bij Mme Segin, Rue Achard 207. Op 22 december verandert hij van slaapplaats om nader bij zijn werk te zijn bij Mme Ghaby, 43 Rue la fautrie de Montbadon in Bordeaux.


Op 8 juni 1917 schrijft hij van uit Bordeaux dat het in de
 bakkerij zeer slecht gaat.     

“ Het brood hier is zwarter dan den oven en wij doen minder brood. Wij deden vroeger 5 of 6 ovens en nu zijn het er 3 of 4. Het is precies of dat men geen bloem kan krijgen. Voordien won ik 5 of 6 fr. daags en nu 3 of 4 fr. juist genoeg om te eten. Maar ik leer nog a ltijd voort en als wij thuis waren moest men geld toe geven om een ambacht te leren. Nu, men mag niet klagen want er zijn veel mensen die slechter zijn dan wij.

Op 1 juli 1917 werd hij opgeroepen in het leger en wordt hij gekazerneerd in het opleidingskamp in Honfleur. ”.
Later van uit Honfleur op 8 november vraagt hij naar zijn “liedje en zijn boekje van de vergadering van de bakkers en een bakker uit zijn streek schrijft hem om een plaats te zoeken in een bakkerij.


vrijdag 6 september 2019

Onze dappere piotten zitten al over Roeselare

De bevrijding van Roeselare
Er is hier en daar wat te doen omtrent de herdenking van de bevrijding van Roeselare op 14 oktober 1918.In enkele van zijn brieven lezen wij over deze streek.

Op 29 september schreef hij:
 “ Beminde zuster, op  Duitsch papier kom ik enige regelen te schrijven om de staat mijner gezondheid kenbaar te maken. Ik ben 8 dagen maar redelijk geweest, veel in het gevaar. Maar nu is het gebeterd. We zitten wederom in de slag en onze dappere piotten al over Roeselare zitten en de Engelse in Meenen. Ze gaan altijd vooruit want wij hebben al boven de 200 gevangen genomen”

Op 12 oktober schrijft hij: “ Wij hebben altijd veel werk met den offensief en wij moeten weer gaan beginnen. ’t Is toch wreed, den oorlog is bijna gedaan en de Belgen mogen nu geen “ repos”  hebben. Gij vraagt hoe het gesteld is waar wij vooruit gegaan zijn.                                                                      Wel ik heb tot tegen Moorslede geweest met iemand van daar en noch ik noch hem wisten waar wij waren. Er stond daar niets meer recht, verre van daar, er was zelfs geen brieke meer te vinden. Verder zagen wij Dadizele die nog niet veel geschonden was. Ze schieten er nu hele dagen er op en is ook al geheel plat. Als den oorlog gedaan is zal geen huis meer van geheel Belgie nog geheel zijn.

’s Anderen daags schrijft hij:  “ Ik kom den brief te ontvangen met 10 frank er in waarvan ik zeer contant ben want ik heb er nog wat nodig. We zullen hier van honger creveren moesten wij geen geld hebben om iets te kopen.                                                                                                                            Nu, morgen moeten wij wederom vooruit, ’t is tot Gent dat we nu moeten gaan en dan is het de Franschman die voort gaat. Nu, den oorlog zal geen jaar meer duren, dat is zeker.