maandag 8 februari 2021

Achille zoekt een lief

 

Honfleur 13.12.1917

Beminde zuster,

Ik zie hier den brief van Alida.                                                                                                Zij vraagt om het adres te hebben van Capon. Ik zal er niet van begaren. Gij moet maar doen wat gij wilt maar ik zal het niet opzetten. Ik zal haar eenige rare dingen schrijven en zeggen dat uw broeder nog geen lief hebt  en dat altijd achter zoekt. Wat dat gij ,daarvan zal zeggen. Het is een snel meisje ge het niet vergeten. 

Ik zal het adres van Demyttenaere niet geven. Als gij het wilt geven moet gij maar insteken.

Uw broeder Achille


Wellicht is dat het antwoord  van zijn zus Alix. 

 In een kladbrief  in gebrekkig frans  naar een zekere Alida lezen wij

Vertheuil 17/12/1917

Cher Alida,

Je fait reponse a votre lettre qui me fait bien plaisir et j'ai vu que vous ete toujour a bonne sante et de nous tous il et de meme.

J'ai vu que votre pere est toujour a bonne sante vous le ferai bbien le bonjour de nous tous.

Vous dit que lui tarde bien de retourner a Belgique  mes je croi qui et pas seul. Il nous tarde bien aussi pour revenir en Belgique.

Mon frére il lui tarde bien que la guerre finise pour se marier mes puisque a maintenant il a trouve personne. Si vous lui trouvai quelquez chose, sa lui fairai bien plaisir.

Le bonjour de nous tous et surtout de mon frère.Faite bien le bonjour a votre pere.

Reserve un bonne poigné de main de votre ami

Alice 


Op 16 januari schrijft Achille van uit St. Quentin

Alice, Gij hebt over twee dagen een brief gezonden van Alida Gesquiere. Is dat om te antwoorden laat het mij weten.

Op 19 januari schrijft hij " Alix, ik heb eene schoone postkaarte  gehad van Alida Ghesquire. Ik geloof dat zij het zal meenen.. Ik zal haar een schoon briefke maken."






vrijdag 5 februari 2021

Zwaar winterweer

Achiel schrijft aan zijn zuster:

Honfleur   10/12/17 

" Het is hier vreselijk kouwt , het vriest dat krakt en op de boord van de zee gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zauw moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht  gevallen van de kauwde aan mijn handen."

 EEN VOET DIK GESNEEUWD  17/12/17  

" wij hebben vandaag niet moeten uitgaan want de sneeuw lag een voet dikke en gij mag geloven dat hier kouwd is. Ik verlang achter die handschoenen die ik u gevraagd heb want ik zit hier te yveren van de kauwde "

St Quentin 18/1/18  VERVOREN VOETEN    

" wij vertrekken donderdag toekomende naar het frond of wel zaterdag maar ik geloof wel van zaterdag als gij nog iets wilt opzenden gij hebt nog juist tijd want als wij op het front zullen zijn zal het wel geen zoo wel meer gaan dan hier want het zal wel een maand duren eer dat wij juist in onze divisie zullen zijn en nog ik zal trachten in een hospital te gaan met mijne vervroren voeten. Hier kijken ze daar niet achter maar ik zal wel trachten mijne karot te trekke




                                                                                                                                                                                                                                                                   METEO  PARIS 1917-18  De la mi-décembre 1917 à la mi-janvier 1918,

            hivers se suivent et se ressemblent puisque le froid fait de nouveau une apparition très remarquée du 16 décembre 1917 au 10 janvier 1918.    L’épisode 

 débute par d’abondantes chutes de neige, notamment sur Paris où il tombe   

                  13cm. A partir du 24 décembre, le froid redouble d’intensité et des

               températures sous souvent inférieures à -10°C. Le 29 décembre, Perpignan est   

               de nouveau ensevelie sous 40cm de neige. La matinée du 5 janvier 1918 es

               t l’une des plus froide avec des pointes à -7°C à Perpignan, -13°C à Paris (-14°C à St-Maur), -15°C à Clermont-Ferrand, -16°C à Nancy et -17°C à Ly


 n.


woensdag 11 september 2019

Zijn verblijf in het opleidingskamp in Honfleur


Zijn verblijf in het opleidingskamp in Honfleur

Op 1 juli 1917 werd hij opgeroepen in het leger. Op 2 juli schrijft hij dat hij in Honfleur toegekomen is en geeft zijn adres op: Achille Vandamme CJ no 2/5 Compagnie – Honfleur

Op 6 juli schrijft hij :

 “Ik moet u ook zeggen dat wij ons witte brood eerst gegeten hebben. Die hier zijn zonder geld,  zijn niet gelukkig. Wij moeten vele marschen doen. Wij hebben al onze kleren en onze wapens en morgen moeten wij om 9 uur een bad nemen in de zee. Wij moeten ’s morgens om 5 uur op en om 6 uur hebben wij onze koffie en ’s middag een weinig aardappelen en een weinig vlees en ’s avonds een weinig rijst.”
" Het eten is wel goed is voor de zwijns, geen boter op het brood en wijn van de pompe, er is maar één ding dat goed is en dat is het brood, alle dagen vers.”

Over de discipline 
schrijft hij:

 “ Er zijn dagen dat ik niet kan schrijven omdat ik gestraft ben, maar het gebeurt niet dikwijls. Het gebeurt dikwijls dat men hier gestraft is om te spreken in de rang of achterom te zien."
Een andere keer:
" Er zijn er hier die Cachot gedaan hebben en die niet mogen in congé gaan. Ik heb nooit Cachot moeten doen en heb maar twee dagen moeten thuis blijven. Ik heb die dagen geen geld verdaan.”

In september zou hij tabak bezorgen voor zijn vader daar deze ginder veel goedkoper is maar hij liet weten dat hij de tabak niet durft opzenden. " Er is er een gestraft met 30 dagen cachot om tabak op te zenden."
Ook wie te laat binnen is na zijn verlof krijgt cachot

ONWEER OP ZEE EN GEEN BROOD - ZWAAR WINTERWEER


Honfleur 11/10/17    "Ik laat u weten dat ik nog niet gezond ben. Het is al den 4den dag. Ik geloof dat het van flauwte is want wij hebben geen brood meer gehad sedert  13 dagen door het geweldig onweer op zee want de scheep aan haven kan niet toekomen en alzoo hebben we geen brood nog vleesch. En om altijd te kopen het kan ook niet gaan want het geld is al licht genoeg uit. Ik heb liever een weinig honger te lijden of zonder geld in mijn zakken. Ik geloof dat het belsch leger zal uitsterven."
   Honfleur   10/12/17  " Het is hier vreselijk koud, het vriest dat krakt en op de boord van de zee . Gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zou moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht gevallen van de kouwde aan mijn handen."
 Een week later:" wij hebben vandaag niet moeten uitgaan want de sneeuw lag een voet dikke en gij mag geloven dat hier koud is. Ik verlang achter die handschoenen die ik u gevraagd heb want ik zit hier te yveren van de koude "



 

dinsdag 10 september 2019

Achiel als bakkersgast

Achiel als bakkersgast

Als landbouwerszoon op de hoeve “De Roobaert” was hij de broer van mijn moeder. Op 15 jarige leeftijd werd hij te werk gesteld als leerling bakkersgast.
 Tijdens de oorlog 14-18 vluchtte hij  met zijn ouders naar Frankrijk. Zij verbleven er op een kasteelhoeve in Vertheuil terwijl hij in Bordeaux werkte hij in een bakkerij. 
Bijna dagelijks schrijft hij naar zijn zus waarvan meer dan honderd brieven bewaard zijn.

 Op 17 oktober 1916 laat hij weten dat hij aangekomen is in de bakkerij in Bordeaux bij Mme Segin, Rue Achard 207. Op 22 december verandert hij van slaapplaats om nader bij zijn werk te zijn bij Mme Ghaby, 43 Rue la fautrie de Montbadon in Bordeaux.


Op 8 juni 1917 schrijft hij van uit Bordeaux dat het in de
 bakkerij zeer slecht gaat.     

“ Het brood hier is zwarter dan den oven en wij doen minder brood. Wij deden vroeger 5 of 6 ovens en nu zijn het er 3 of 4. Het is precies of dat men geen bloem kan krijgen. Voordien won ik 5 of 6 fr. daags en nu 3 of 4 fr. juist genoeg om te eten. Maar ik leer nog a ltijd voort en als wij thuis waren moest men geld toe geven om een ambacht te leren. Nu, men mag niet klagen want er zijn veel mensen die slechter zijn dan wij.

Op 1 juli 1917 werd hij opgeroepen in het leger en wordt hij gekazerneerd in het opleidingskamp in Honfleur. ”.
Later van uit Honfleur op 8 november vraagt hij naar zijn “liedje en zijn boekje van de vergadering van de bakkers en een bakker uit zijn streek schrijft hem om een plaats te zoeken in een bakkerij.


vrijdag 6 september 2019

Onze dappere piotten zitten al over Roeselare

De bevrijding van Roeselare
Er is hier en daar wat te doen omtrent de herdenking van de bevrijding van Roeselare op 14 oktober 1918.In enkele van zijn brieven lezen wij over deze streek.

Op 29 september schreef hij:
 “ Beminde zuster, op  Duitsch papier kom ik enige regelen te schrijven om de staat mijner gezondheid kenbaar te maken. Ik ben 8 dagen maar redelijk geweest, veel in het gevaar. Maar nu is het gebeterd. We zitten wederom in de slag en onze dappere piotten al over Roeselare zitten en de Engelse in Meenen. Ze gaan altijd vooruit want wij hebben al boven de 200 gevangen genomen”

Op 12 oktober schrijft hij: “ Wij hebben altijd veel werk met den offensief en wij moeten weer gaan beginnen. ’t Is toch wreed, den oorlog is bijna gedaan en de Belgen mogen nu geen “ repos”  hebben. Gij vraagt hoe het gesteld is waar wij vooruit gegaan zijn.                                                                      Wel ik heb tot tegen Moorslede geweest met iemand van daar en noch ik noch hem wisten waar wij waren. Er stond daar niets meer recht, verre van daar, er was zelfs geen brieke meer te vinden. Verder zagen wij Dadizele die nog niet veel geschonden was. Ze schieten er nu hele dagen er op en is ook al geheel plat. Als den oorlog gedaan is zal geen huis meer van geheel Belgie nog geheel zijn.

’s Anderen daags schrijft hij:  “ Ik kom den brief te ontvangen met 10 frank er in waarvan ik zeer contant ben want ik heb er nog wat nodig. We zullen hier van honger creveren moesten wij geen geld hebben om iets te kopen.                                                                                                                            Nu, morgen moeten wij wederom vooruit, ’t is tot Gent dat we nu moeten gaan en dan is het de Franschman die voort gaat. Nu, den oorlog zal geen jaar meer duren, dat is zeker.

woensdag 26 december 2018

"Den schoonen dag zal zeker ook wel komen"


  NIEUWJAARSWENS :          "Den schoonen dag zal zeker ook wel komen"
Soldaat Achiel Vandamme schreef op 24 dec. 1918 van uit Gent zijn nieuwjaarsbrief naar zijn zus. "Ik kom u een goed en gelukkig nieuwjaar te wenschen, wel te hopen dat wij in het jaar 1919 allen bij elkaar zullen zijn. Het is nu algelijk een verandering bij vorig jaar. Nu is Martha ( zijn zus) thuis gekomen. En we moeten niet meer vechten, men mag nu gerust gaan slapen. Vroeger moest men altijd aan iemand denken. Den schoonen dag zal zeker ook wel komen in het jaar 1919 dat ik zal mogen van den troep afgaan. Wat eenen schoonen dag zal dat zijn voor ons allen wij wederom mogen te zamen een nieuw leven beoefenen.
 Nu alice, we gaan allicht nieuwjaar hebben. Weet gij nog als ik in maarte in congé was dat ik u zij dat den oorlog ging gedaan zijn van de jare. Zie wel dat waar is wat ik u zei. Ik zal zeker wel een schoon nieuwjaar hebben van u. Daar den oorlog gedaan is en Martha gevonden, dat is wel een schoon Nieuwjaar weerd niet waar maar ik zal  een schoon verwachten ook.”
Tragisch, zes weken later overleed hij in het militair hospitaal van Antwerpen aan ziekte opgedaan aan het front.

donderdag 15 november 2018

Vreugdevol zag hij de zegepraal van het vaderland.


 "Vreugdevol zag hij de zegepraal van het vaderland.

Soldaat Achiel Vandamme overleefde het einde van de oorlog maar kon niet genieten van  de vrede.  Was gzetroffen door  de Spaanse griep epidemie . Hij overleed in het militair hospitaal van Antwerpen op 14 februari 1919 en ligt begraven op het kerkhof Schoonselhoef in Antwerpen.

Op zijn bidprentje schreef men..