zaterdag 23 december 2023

NIEUWJAARWENSEN AAN HET FRONT

"Den schoonen dag zal zeker ook wel komen" 

 Op kerstdag 1917 schreef soldaat Achiel Vandamme van uit het opleidingskamp in Honfleur naar zijn zus:

 “Beminde zuster, ik kom u een zalige hoogdag wensen. Het is wel een weinig laat maar ik lig drie dagen in bed met een zeere keel en kurs gelijk een paard. Vandaag is het gebeterd en daarom zend ik u een klaart. Alice als ge wilt een nieuwjaar zenden, dan nu want ik moet den 31e vertrekken. Het is naar het front met 15 man maar wij weten niet waar. Wenscht een hoogdag aan geheel de familie van uw toegenegen broeder Achiel.”

 Drie dagen later schrijft hij:

 “ Ik kom u een gelukkig en zalig nieuwjaar wenschen. De goede gezondheid binst geheel het jaar ’18 en ook de vrede. Want het duurt nu al lang genoeg deezen oorlog. Maar als wij gelijk zullen mogen hebben den Duitsch een weinig te doen springen met onze kleine canonsches dan zal het wel gaan. Maar wij zullen misschien ook moeten springen voor hunder. Maar nu tot daar wij strijden voor God, voor u en voor het vaderland. Wij moeten strijden tot der dood.” Een jaar later op 24 dec. 1918 van uit Gent schreef hij weer zijn nieuwjaarsbrief . "Ik kom u een goed en gelukkig nieuwjaar te wenschen, wel te hopen dat wij in het jaar 1919 allen bij elkaar zullen zijn. Het is nu algelijk een verandering bij vorig jaar. Nu is Martha ( zijn zus) thuis gekomen.( Zijn zus was op de vlucht drie jaar vermist en het spoor kwijt.) En we moeten niet meer vechten, men mag nu gerust gaan slapen. Vroeger moest men altijd aan iemand denken. Den schoonen dag zal zeker ook wel komen in het jaar 1919 dat ik zal mogen van den troep afgaan. Wat eenen schoonen dag zal dat zijn voor ons allen als wij wederom mogen te zamen een nieuw leven beoefenen. Nu Alice, we gaan allicht nieuwjaar hebben. Weet gij nog als ik in maarte in congé was dat ik u zij dat den oorlog ging gedaan zijn van de jare. Zie wel dat waar is wat ik u zei. Ik zal zeker wel een schoon nieuwjaar hebben van u. Daar den oorlog gedaan is en Martha gevonden is. Dat is wel een schoon Nieuwjaar weerd niet waar maar ik zal een schoon verwachten ook.” 

 Tragisch, zes weken later overleed hij in het militair hospitaal van Antwerpen aan de Spaanse griep opgedaan aan het front. 

maandag 30 januari 2023

Op het front in Calais en St.Quentin

 Op 3 januari schrijft Achiel Vandamme van uit Calais

" Wij zijn hier wel beter dan in Honfleur. Wij moeten bijna niets doen. Het is jammer dt wij hier niet mogen blijven want ik zouw willen teeken voor de leste van den oorlog hier te blijven. Nu, wij vertrekken maandag toekomende naar Eure wij verwachten (?) wederom. van het frond.                                                                  's Anderen daags schrijft hij: " Wij zijn hier beter dan in Honfleur. men moet hier bijna niet doen maar wij zijn min of meer in het gevaar want de duitsche durven hier nog komen bommen smijten met hunne vliegmaschinnen.                                                   Ik ben nu bij de piotten niet meer. Ik ben nu bij de mortiers. dat zijn kleine canonnen die in de tranchee staan en ik moet maandag weg naar Eure om de kanonnen te leeren.                                                                                                Hert is beter of de piotten want men moet geen zak en geen geweer dragen. Mijn adres: C.J.A.T. arme Belge Calais

Van uit St Quentin  schrijft hij op 12 jan.

"Ik heb goed uwen brief ontvangen waar ik de goede gezondheid van allen vind. Het is beter dan ik. Ik lig hier in bed en kan bijna niet roeren van het zeer aan mijn voeten. Ze zijn verroeren en ik kan niet gaan. Zij moeten hier mij dragen. Zeg niet dat het maar redelijk is.

Alix wij moeten nog ne keer weg maar ik weet niet wanneer. Het kan nog 14 dagen duren en nu zal het naar het frond zijn.  Gij vraagt ook bij welk volk ik ben. Men noemt dat volk mortier de tranchée. Wij zullen gekleed zijn lijk het paardevolk maar wij moeten zelf onze canonnen trekken met 6 man aan een. Maar wij zullen waarschijnlijk te zomer bij de grote cannons gestoken zijn."

16 jan 1918  "Ik ben nog  altijd in bed met mijne vervroren voeten dat en betert niet en ik kan in het hospitaal niet gaan want er is geen plaats.

18 januari :  "Wij vertrekken Donderdag toekomende naar het frond ofwel Zaterdag maar ik geloof  well van zaterdag. Als ge nog iets wilt opzenden. gij het nog juist tijd. Als wij op het frond zullen zijn zal het geen zo wel meer gaan. Ik zal trachten in een hospitaal te gaan met mijne vervroren voeten. Hier ze kijken daar niet achter maar ik zal wel trachten mijne karot te trekken."

22 januari St. Quentin  " Ik heb gisteren niet kunnen schrijven daar ik van wacht was. Ik heb vandaag een brief had van Cerille Capon. Ik ga in dezelfde devisie van Capon. Ik heb het gevraagt en ik mag gaan nu het is in de derde ddivisie en de die die moeten maar dinsdag weg, zo vandaag en acht dagen.                                                             Mijne voeten zijn gebeter en ik ben blijde dat ik moet mede naar het frond want ik zal daar trachten in het hospitaal te gaan.

Op 26/1/18 schrijft hij:  "   Wij vertrekken dinsdag maar , ik en een van mijne maten moeten naar Calais. Wij zijn maar met twee mannen voor de 3e divisie en de 3e divisie ligt in repot in Calais. " 

 op 29/1/18     ".....Wij zijn gereed om te vertrekken het is nu 11uren en wij vertrekken om 1 uren zoo gij weet dat het niet lang meer zal duren.".
Calais 30/1/18  “ ….Ik ben van den morgen om 6 uren in Calais toegekomen en  ik schrijf u seffens om  mijn nieuw adres te laten weten .                                      
Voor den eersten dag dat ik hier ben , ze hebben mij nog al doen verschieten de duitsche vliegers. Zij hebben maar 20 bomben gesmeten en al  digt tegen ons , maar zij hebben er niet in gelukt want er waren geen doode nog gekwetste.”
Mijn adres Achille Vandamme -   D.128.3 batterie  MVD Armée Belge:
‘s Anderen daags schrijft hij  «  Alix, als gij schrijft gij mag op het adres niet zetten Calais. Gij moet het juist schrijven gelijk ik. Niet min of meer want het mag niet geweten zijn waar wij liggen. Ik mag zelf op den brief niet zetten Calais. Ik zouw moeten zetten frond want dat is nu het frond voor mij meer of dat wij in repot liggen. Capoen is ook in repot maar ik weet niet waar hij is. Ik weet dat hij niet ver van hier is.”
Calais 2/2/18   "  Ik weet niet of gij geschreven hebt  maar ik ben al 5 dagen zonder nieuws van u. Dat gaat niet wel als men geen nieuws hebt van de famille. Ik heb wel brieven ontvangen seder ik hier  ben maar nog geen van u, denk wel van er morgen te hebben. 
Nu Alice ik geloof dat er nieuwe orders ingekomen zijn dat wij moeten den 5 den  naar de tranchee. Dat maakt niet, gij moet het adres niet zenden. Dat is het adres van het frond. Alice gij moet mij alle dage schrijven ik zal ook alle dage schrijven als ik kan."
Frond 12.2.191  Ik ben hier gister avond toegekomen op het frond en ik was er maar een ure en Capon kwam me bezoeken. Hij is hier maar een alf ure van mij. Hij was zoo content van mij te zien. Wij zullen t' avond te gaar zijn. Maar ik weet nog niet juist als ik t'avond zal kunnen uitgaan want ik zal meschien naar de tranchee moeten gaan.
 Frond 26.2.
" Ik kan niet veel schrijven want ze bombarderen hier wreed.
s'Anderen daags schrijft hij: "Ik ben in den tranchee om te werken en dat is nog iets te zeggen, ge mag het geloven.
Frond 26/2/18    
" ik kan niet veel schrijven want ze bombarderen hier vreed. Vele complimenten van Capon en van Jules  Dewulf. Ik heb er geweest maar ik kan u niet meer schrijven. Tot morgen.”
Frond 9.3.1918    " Mijn twee beste cameraden zijn weg naar het hospitaal van de gaase die zeer slecht is "

0p 18 maart schrijft hij van op het front dat hij den 23e in congé naar zijn zus in Vertheuil komt.
  " Ik kom zaterdag toekomende, zoo den 23e in congé. Ik zal zondagavond of maandagmorgen toekomen in Vertheuil. We gaan van deze keer mekaar zien, ik en Capon. Gij moet maar zondagavond naar den trein komen, denk wel dat ik daar zal zijn.

Frond 7.4.1918  Alix, wij moeten naar de tranchee gaan om pansifen ( ?) te maken gelijk ik pijsde en dat ik u gezegd heb. Het is niet goed maar toch er is niets aan te doen. Het gaat slecht zulle bij ons 't is iets gescheten gij mag het geloven. Nu den oorlog is aan het eindigen. ls hij gedaan is zal het beter zijn

Frond 11.4.1918
Ik heb goed uwen brief ontvangen van den 6e waarover gij zegt da    t gij trieste zijt dat ik weder binnen ben. Gij moet daarop niet denken. Het is oorlog en  peis daarop al niet.                                                                                                          
Ge zegt ook dat gij niet gerust zijt maar we zullen zeker niet allen dood zijn maar nu daarvan zijn we niet zeker.                                                                                         Er is maar een meester en dat is God en wij moeten zijn wil volgen  en hopen op hem.


vrijdag 27 januari 2023

DE WINTER 1917 IN HONFLEUR

ONWEER OP ZEE EN GEEN BROOD.
Honfleur 11/10/17   
 "Ik laat u weten dat ik nog niet gezond ben. Het is al den 4den dag. Ik geloof dat het van flauwte is want wij hebben geen brood meer gehad sedert1 3 dagen door het geweldig onweer op zee want de scheep aan haven kan niet toekomen en alzoo hebben we geen brood  nog vleesch. En om altijd te kopen het kan ook niet gaan want het geld is al licht genoeg uit. Ik heb liever een weinig honger te lijden of zonder geld in mijn zakken. Ik geloof dat het belsch leger zal uitsterven."
Honfleur   10/12/17  
" Het is hier vreselijk kouwt , het vriest dat krakt en op de boord van de zee gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zauw moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht  gevallen van de kauwde aan mijn handen."

donderdag 26 januari 2023

Als vluchteling en Bakkersgast in Bordeaux


Voor dat Achiel op 1 juli 1917 opgeroepen werd in het leger was hij voordien met zijn ouders en gezin gevlucht nabij Bordeaux en te werk gesteld als bakkersgast.

Op 17 oktober 1916 laat hij weten dat hij aangekomen is in de bakkerij bij                                        Madame Séagieu, Rue Achard 207 Bordeaux.

Den 22 décember 1916 schrijft hij aan zijn ouders dat hij veranderd is van slaapplaats om nader bijzijn werk te zijn bij Madame Chabry 43 Rue Lafautrie .         Hij sluit zijn brief:                                                                                                                   " Lieve ouders, geef mij uw zegen van ver, uw toegenegen zoon."

Den 12 januari 1917 stuurt hij deze prentkaaart. met de melding dat hij lang gewacht heeft van antwoorden omdat hij meer en meer werk heeft en dat hij op het einde van de maand niet meer zal rondkomen met zijn 100fr.    


woensdag 25 januari 2023

Prentkaarten uit Honfleur


Op 1 juli 1917 is Achille ingetreden in het leger 

Hij verblijft in het opleidingskamp te Honfleur. Op postkaarten schrijft hij.
1.Ander nieuws weet ik nog niet. Ik vind de tijd zonder nieuws lang.
2.Doet de complimenten aan geheel de familie en in het Hospitaal aan de zusters en andere vrienden en kennissen.
3.Ik heb mij gisteren doen trekken voor 6 fr. en heb 5f>. gevraagd aan een maat . Als ge mij nog een weinig geld zou opzenden dat zou mij wel plijzieren.









   

        






 
Ge ziet de kerke waar wij naar de misse gaan.
Wij zijn allen de pokken gezet en liggen bijna
 allen in bedde.

Kerstkaart 1917 uit Honfleur
Beminde zuster,                                                                                                         ik kom u een zalig hoogdag wenschen.    Het is een weinig laat maar ik lig 3dagen met de zeere keel en in het hoofd en de kurs gelijk een paard.                                   Vandaag is het gebeter en daarom zend ik u een kaart                                       Wenscht een hoogdag aan gheel de familie. Van u toegengen broeder Achiel


zondag 29 augustus 2021

Brief uit Honfleur 31 augustus 1917

 

 Achiel verblijft al twee maanden in het opleidingskamp van Honfleur en schrijft naar  zijn zus.

Omdat zijn thuis nog geen oorlogsvergoeding ontvangen maant hij  hen aan om de heren van het kasteel van Vertheuil waar zij verblijven te doen  schrijven naar het Ministerie van oorlog. Zij zijn  daar meer geleerd, schrijft hij.

Ook laat hij weten dat hij binnen kort in congé kan komen maar de reis zelf moet betalen, nl. 15 fr.  Dat is het bedrag van 7 weken sparen  daar hij 2fr. per week  soldij trekt. Enkel de frontsoldaten kunnen gratis reizen.

Zie de brief.

 

Honfleur le 31 Aout 1917

Beminde zuster,

Ik haast mij om u te antwoorden op den brief die ik vandaag ontvangen heb waarin ik zie dat het pakje weg is.

Gij zegt mij ook dat gijder niet meer en trekt . Voor mij is het al lang dat ik u gezegt heb dat gij moeste schrijven naar den minister van oorlog om te trekken. Gij moet maar doen schrijven in het kasteel. Zij zijn daar goed geleerd. Want hier de soldaten trekken allen in haar huis 1,25 fr. daags. Wijder trekken hier 2 fr. te weeke in de kaseerne.

Alix, gij antwoord wel niet op den brief die ik geschreven heb waar ik van congé gesproken heb.

Wij gaan beginnen congé te hebben , alles op zijnen tijd, van het begin van den 15e elk tien dagen thuis blijven. Maar wij moeten kunnen den trein betalen, zo niet kunnen  wij niet weg . Het is maar aan het front dat wij kunnen komen voor nieten. Ik weet niet wat dat zal kosten. Het zal zeker  rond de 15fr.zijn.

 Nu, ander nieuws weet ik niet te vertellen. Ik heb een brief gehad van Valere Dewulf. Zij doen de complimenten. Zij konden bijna niet gelooven dat ik nu soldaat ben.

Aanveerd mijne beste groeten.

 Uwen broeder Achille Vandamme

maandag 8 februari 2021

Achille zoekt een lief

 

Honfleur 13.12.1917

Ik zie hier den brief van Alida.                                                                                                Zij vraagt om het adres te hebben van Capon. Ik zal er niet van begaren. Gij moet maar doen wat gij wilt maar ik zal het niet opzetten. Ik zal haar eenige rare dingen schrijven en zeggen dat uw broeder nog geen lief hebt  en dat altijd achter zoekt. Wat dat gij ,daarvan zal zeggen. Het is een snel meisje ge het niet vergeten. Ik zal het adres van Demyttenaere niet geven. Als gij het wilt geven moet gij maar insteken.

Wellicht is dat het antwoord  van zijn zus Alix.                                                      In een kladbrief  in gebrekkig frans  naar een zekere Alida lezen wij

Vertheuil 17/12/1917

Cher Alida,

Je fait reponse a votre lettre qui me fait bien plaisir et j'ai vu que vous ete toujour a bonne sante et de nous tous il et de meme.J'ai vu que votre pere est toujour a bonne sante vous le ferai bbien le bonjour de nous tous.Vous dit que lui tarde bien de retourner a Belgique  mes je croi qui et pas seul. Il nous tarde bien aussi pour revenir en Belgique.

Mon frére il lui tarde bien que la guerre finise pour se marier mes puisque a maintenant il a trouve personne. Si vous lui trouvai quelquez chose, sa lui fairai bien plaisir.                                 Le bonjour de nous tous et surtout de mon frère.Faite bien le bonjour a votre pere.

Reserve un bonne poigné de main de votre ami   Alice 


Op 16 januari schrijft Achille van uit St. Quentin

Alice, Gij hebt over twee dagen een brief gezonden van Alida Gesquiere. Is dat om te antwoorden laat het mij weten.

Op 19 januari schrijft hij 

" Alix, ik heb eene schoone postkaarte  gehad van Alida Ghesquire. Ik geloof dat zij het zal meenen.. Ik zal haar een schoon briefke maken."

Op 9/7/1917 schrijft hij:  
 " doe de complimenten aan heel de famille aan de zuster van het hospital ook aan dikke Jeanne en als gij Zitha Marcou ziet doet ne keer de complimenten en vraag ne keer haar adres”.

Gent den 1december 1918       ” k heb vandaag 2 brieven ontvangen waarop gij mij laat weten dat mijn oud lief van St.Estephe met een amerikaan vrijt. Ja, zij moet haar plan trekken. Ik vaag er mijn klooten aan. 'K heb hier al lang een in Gent. Van den eersten dag dat wij hier waren had ik al een lief. Nu alice ik heb mij ne keer laten trekken in gent in grand tenu en ik vind dat ik schoone getrokken ben . ' k zal er een insteken.”
Frond 9.4.1918 " Ik heb gezien op uwen brief dat er 26 jonge dochters toegekomen zijn van Paris en dat er snelle bij zijn. Wilt gij iets doen voor mij gij zouw moeten vragen als er geen zijn die zouw willen in correspondence geraken met Belgische soldaten voor mij en mijne cameraden maar eerst voor mij. het zouw mij veel plysier doen en ik moet de die van St.Estephe niet meer hebben. Zij heb schoone brieven geschreven maar ik heb ze afgeschreven. dat ze mijn klooten kust.
Op 23 mei doet hij weer de groeten aan de kennissen "zonder Zitha te vergeten en de schoone meisjes van Paris;"
16.5.1918 " Ik heb goed uwen brief ontvangen waarin gij zegt dat de de meisjes van Paris niet mogen schrijven omdat zij bij de nonnen zijn ook zegt gij dat ik nog te jong ben om naar vrouwvolk te schrijven. Als men niet mag schrijven aan 20 jaar men zal niet mogen schrijven aan 50 jaar ook niet. Nu ik zal wel eene vinden als ik in congé kom. Ik ben er zeker van. ja zij weten wel wat zeggen, 

13.07.1918  Ik heb gezien in uwen brief dat er Amerikaanse troepen in Vertheuil gaan komen om een vliegplein te maken. Ja dat zal ook verslechten voor mij. Die Amerikaanse zullen zeker al weg loopen met dat vrouwvolk. Maar gij gaat Zitha niet laten pakken zulle. Gij moet het haar ne keer zeggen al lachen al zoo. Wat zal ze zeggen. Ge doet mijne complimenten .






vrijdag 5 februari 2021

Zwaar winterweer

Achiel schrijft aan zijn zuster:

Honfleur   10/12/17 

" Het is hier vreselijk kouwt , het vriest dat krakt en op de boord van de zee gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zauw moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht  gevallen van de kauwde aan mijn handen."

 EEN VOET DIK GESNEEUWD  17/12/17  

" wij hebben vandaag niet moeten uitgaan want de sneeuw lag een voet dikke en gij mag geloven dat hier kouwd is. Ik verlang achter die handschoenen die ik u gevraagd heb want ik zit hier te yveren van de kauwde "




St Quentin 18/1/18  VERVOREN VOETEN    

" wij vertrekken donderdag toekomende naar het frond of wel zaterdag maar ik geloof wel van zaterdag als gij nog iets wilt opzenden gij hebt nog juist tijd want als wij op het front zullen zijn zal het wel geen zoo wel meer gaan dan hier want het zal wel een maand duren eer dat wij juist in onze divisie zullen zijn en nog ik zal trachten in een hospital te gaan met mijne vervroren voeten. Hier kijken ze daar niet achter maar ik zal wel trachten mijne karot te trekke




                                                                                                                                                                                                                                                                   METEO  PARIS 1917-18  De la mi-décembre 1917 à la mi-janvier 1918,

            hivers se suivent et se ressemblent puisque le froid fait de nouveau une apparition très remarquée du 16 décembre 1917 au 10 janvier 1918.    L’épisode 

 débute par d’abondantes chutes de neige, notamment sur Paris où il tombe   

                  13cm. A partir du 24 décembre, le froid redouble d’intensité et des

               températures sous souvent inférieures à -10°C. Le 29 décembre, Perpignan est   

               de nouveau ensevelie sous 40cm de neige. La matinée du 5 janvier 1918 es

               t l’une des plus froide avec des pointes à -7°C à Perpignan, -13°C à Paris (-14°C à St-Maur), -15°C à Clermont-Ferrand, -16°C à Nancy et -17°C à Ly


 n.


woensdag 11 september 2019

Zijn verblijf in het opleidingskamp in Honfleur


Zijn verblijf in het opleidingskamp in Honfleur

Op 1 juli 1917 werd hij opgeroepen in het leger. Op 2 juli schrijft hij dat hij in Honfleur toegekomen is en geeft zijn adres op: Achille Vandamme CJ no 2/5 Compagnie – Honfleur

Op 6 juli schrijft hij :

 “Ik moet u ook zeggen dat wij ons witte brood eerst gegeten hebben. Die hier zijn zonder geld,  zijn niet gelukkig. Wij moeten vele marschen doen. Wij hebben al onze kleren en onze wapens en morgen moeten wij om 9 uur een bad nemen in de zee. Wij moeten ’s morgens om 5 uur op en om 6 uur hebben wij onze koffie en ’s middag een weinig aardappelen en een weinig vlees en ’s avonds een weinig rijst.”
" Het eten is wel goed is voor de zwijns, geen boter op het brood en wijn van de pompe, er is maar één ding dat goed is en dat is het brood, alle dagen vers.”

Over de discipline 
schrijft hij:

 “ Er zijn dagen dat ik niet kan schrijven omdat ik gestraft ben, maar het gebeurt niet dikwijls. Het gebeurt dikwijls dat men hier gestraft is om te spreken in de rang of achterom te zien."
Een andere keer: “
" Er zijn er hier die Cachot gedaan hebben en die niet mogen in congé gaan. Ik heb nooit Cachot moeten doen en heb maar twee dagen moeten thuis blijven. Ik heb die dagen geen geld verdaan.”

In september zou hij tabak bezorgen voor zijn vader daar deze ginder veel goedkoper is maar hij liet weten dat hij de tabak niet durft opzenden. " Er is er een gestraft met 30 dagen cachot om tabak op te zenden."
Ook wie te laat binnen is na zijn verlof krijgt cachot

ONWEER OP ZEE EN GEEN BROOD - ZWAAR WINTERWEER


Honfleur 11/10/17    "Ik laat u weten dat ik nog niet gezond ben. Het is al den 4den dag. Ik geloof dat het van flauwte is want wij hebben geen brood meer gehad sedert  13 dagen door het geweldig onweer op zee want de scheep aan haven kan niet toekomen en alzoo hebben we geen brood nog vleesch. En om altijd te kopen het kan ook niet gaan want het geld is al licht genoeg uit. Ik heb liever een weinig honger te lijden of zonder geld in mijn zakken. Ik geloof dat het belsch leger zal uitsterven."
   Honfleur   10/12/17  " Het is hier vreselijk koud, het vriest dat krakt en op de boord van de zee . Gij mag geloven dat het hier niet warm is. Gij zou moeten de goedheid hebben  van mij een paar handschoen te zenden want ik heb dat vergeten mede te brengen, al eer al liever want ik heb van den morgen bijna slecht gevallen van de kouwde aan mijn handen."
 Een week later:" wij hebben vandaag niet moeten uitgaan want de sneeuw lag een voet dikke en gij mag geloven dat hier koud is. Ik verlang achter die handschoenen die ik u gevraagd heb want ik zit hier te yveren van de koude "



 

dinsdag 10 september 2019

Achiel als bakkersgast

Achiel als bakkersgast

Als landbouwerszoon op de hoeve “De Roobaert” was hij de broer van mijn moeder. Op 15 jarige leeftijd werd hij te werk gesteld als leerling bakkersgast.
 Tijdens de oorlog 14-18 vluchtte hij  met zijn ouders naar Frankrijk. Zij verbleven er op een kasteelhoeve in Vertheuil terwijl hij in Bordeaux werkte hij in een bakkerij. 
Bijna dagelijks schrijft hij naar zijn zus waarvan meer dan honderd brieven bewaard zijn.

 Op 17 oktober 1916 laat hij weten dat hij aangekomen is in de bakkerij in Bordeaux bij Mme Segin, Rue Achard 207. Op 22 december verandert hij van slaapplaats om nader bij zijn werk te zijn bij Mme Ghaby, 43 Rue la fautrie de Montbadon in Bordeaux.


Op 8 juni 1917 schrijft hij van uit Bordeaux dat het in de
 bakkerij zeer slecht gaat.     

“ Het brood hier is zwarter dan den oven en wij doen minder brood. Wij deden vroeger 5 of 6 ovens en nu zijn het er 3 of 4. Het is precies of dat men geen bloem kan krijgen. Voordien won ik 5 of 6 fr. daags en nu 3 of 4 fr. juist genoeg om te eten. Maar ik leer nog a ltijd voort en als wij thuis waren moest men geld toe geven om een ambacht te leren. Nu, men mag niet klagen want er zijn veel mensen die slechter zijn dan wij.

Op 1 juli 1917 werd hij opgeroepen in het leger en wordt hij gekazerneerd in het opleidingskamp in Honfleur. ”.
Later van uit Honfleur op 8 november vraagt hij naar zijn “liedje en zijn boekje van de vergadering van de bakkers en een bakker uit zijn streek schrijft hem om een plaats te zoeken in een bakkerij.


vrijdag 6 september 2019

Onze dappere piotten zitten al over Roeselare

De bevrijding van Roeselare
Er is hier en daar wat te doen omtrent de herdenking van de bevrijding van Roeselare op 14 oktober 1918.In enkele van zijn brieven lezen wij over deze streek.

Op 29 september schreef hij:
 “ Beminde zuster, op  Duitsch papier kom ik enige regelen te schrijven om de staat mijner gezondheid kenbaar te maken. Ik ben 8 dagen maar redelijk geweest, veel in het gevaar. Maar nu is het gebeterd. We zitten wederom in de slag en onze dappere piotten al over Roeselare zitten en de Engelse in Meenen. Ze gaan altijd vooruit want wij hebben al boven de 200 gevangen genomen”

Op 12 oktober schrijft hij: “ Wij hebben altijd veel werk met den offensief en wij moeten weer gaan beginnen. ’t Is toch wreed, den oorlog is bijna gedaan en de Belgen mogen nu geen “ repos”  hebben. Gij vraagt hoe het gesteld is waar wij vooruit gegaan zijn.                                                                      Wel ik heb tot tegen Moorslede geweest met iemand van daar en noch ik noch hem wisten waar wij waren. Er stond daar niets meer recht, verre van daar, er was zelfs geen brieke meer te vinden. Verder zagen wij Dadizele die nog niet veel geschonden was. Ze schieten er nu hele dagen er op en is ook al geheel plat. Als den oorlog gedaan is zal geen huis meer van geheel Belgie nog geheel zijn.

’s Anderen daags schrijft hij:  “ Ik kom den brief te ontvangen met 10 frank er in waarvan ik zeer contant ben want ik heb er nog wat nodig. We zullen hier van honger creveren moesten wij geen geld hebben om iets te kopen.                                                                                                                            Nu, morgen moeten wij wederom vooruit, ’t is tot Gent dat we nu moeten gaan en dan is het de Franschman die voort gaat. Nu, den oorlog zal geen jaar meer duren, dat is zeker.

woensdag 26 december 2018

"Den schoonen dag zal zeker ook wel komen"


  NIEUWJAARSWENS :          "Den schoonen dag zal zeker ook wel komen"
Soldaat Achiel Vandamme schreef op 24 dec. 1918 van uit Gent zijn nieuwjaarsbrief naar zijn zus. "Ik kom u een goed en gelukkig nieuwjaar te wenschen, wel te hopen dat wij in het jaar 1919 allen bij elkaar zullen zijn. Het is nu algelijk een verandering bij vorig jaar. Nu is Martha ( zijn zus) thuis gekomen. En we moeten niet meer vechten, men mag nu gerust gaan slapen. Vroeger moest men altijd aan iemand denken. Den schoonen dag zal zeker ook wel komen in het jaar 1919 dat ik zal mogen van den troep afgaan. Wat eenen schoonen dag zal dat zijn voor ons allen wij wederom mogen te zamen een nieuw leven beoefenen.
 Nu alice, we gaan allicht nieuwjaar hebben. Weet gij nog als ik in maarte in congé was dat ik u zij dat den oorlog ging gedaan zijn van de jare. Zie wel dat waar is wat ik u zei. Ik zal zeker wel een schoon nieuwjaar hebben van u. Daar den oorlog gedaan is en Martha gevonden, dat is wel een schoon Nieuwjaar weerd niet waar maar ik zal  een schoon verwachten ook.”
Tragisch, zes weken later overleed hij in het militair hospitaal van Antwerpen aan ziekte opgedaan aan het front.

donderdag 15 november 2018

Vreugdevol zag hij de zegepraal van het vaderland.


 "Vreugdevol zag hij de zegepraal van het vaderland.

Soldaat Achiel Vandamme overleefde het einde van de oorlog maar kon niet genieten van  de vrede.  Was getroffen door  de Spaanse griep epidemie . Hij overleed in het militair hospitaal van Antwerpen op 14 februari 1919 en ligt begraven op het kerkhof Schoonselhoef in Antwerpen.

Op zijn bidprentje schreef men..




maandag 12 november 2018

België is Liber !


Wapenstilstand 1918.   The Day after….    
   
Van soldaat Achiel Vandamme die meerdere keren per week naar zijn zuster schreef werd sedert 2 november van aan het front geen nieuws meer ontvangen.

 Zijn eerst volgende brief kwam op 4 december van uit Gent. Hij schreef: “ Ik kom juist uw twee brieven te ontvangen waarop ik uw gezondheid vernomen heb en met mij is het ook allerbest. Het was 14 dagen dat wij geen brieven gehad hebben en wij moesten niet schrijven, de brieven vertrokken niet. Zo wat avans om te schrijven als de brieven blijven hangen. Nu Alice, wij vertrekken bij enige dagen naar Duitschland. Dat zal iets zijn als wij daar zullen toekomen. Maar ik geloof niet d           at den oorlog gedaan is want er zit nog iets onder dat ze niet kenbaar maken. Nu dat is wat wilt: België is liber.

Op 11 december schrijft hij : “ Ik kom juist drie brieven te ontvangen met een van  den 29 en den 30e november en den 4 december. Ge zegt dat gij staat om er zot van te komen. Ge moet nu op mij niet meer denken den oorlog is nu gedaan en het is nu toch ook niet nodig dat men alle dagen schrijft want waar we nu zijn is alles dierder dan bachten de kuppe. 
Ieder keer dat ik schrijf is het nu 1 fr. of 2 fr. voor 5 bladen en 5 enveloppen. In de week is het voor ten minste 5 naar 6 fr. Zoo zie ne keer, het is niet om de zot te houden met het papier, niet waar.

Onderaan de brief vermeldt hij nog :; “Ge moet op mijn geschrift niet letten, het papier is niets waard.”

woensdag 7 november 2018

Achiel en zijn zus Martha



ACHIEL EN ZIJN ZUS MARTHA

Zijn zus Martha was ergens dienstmeid, wellicht in Tourcoing. Tijdens de oorlog is zij waarschijnlijk met wie zij in dienst was is zij met haar baas in Belgie gebleven , bij den duitsch schrijft Achiel.

In november 1918, toen hij  in België aan het front lag, bracht Achiel een bezoek aan de nonkels die toen in Lauwe verbleven. Hij ontmoette daar ook , na 4 jaar gemis, zijn zus Martha.

 Zijn schrijven over dit weerzien is  een ontroerend moment.Zo schrijft hij op 2 november 1918:

“  Ik kom u het goede nieuws vertellen. Ik heb Martha gaan bezoeken  en goed gevonden.   Ik ben eerst naar nonkel Emils geweest en van daar  heb ik naar nonkel August geweest  die ook in Lauwe woont seder een jaar en dan heb Slinna met een van  nonkel Emiels achter Martha geweest.            Het was bijna donker als zij vertrokken zijn en ze zijn 's anderen daags smorgens met Marha afgekomen. Toen ik oorde dat ze inkwamen voelde ik bijna geen grond meer. Ge kunt peinzen meer dan 4 jaar elkander niet meer gezien hebben en ik herkende bijna haar niet meer. Zij is zoo verandert en vervet. Zij is wel versnelt en des avond hebben wij goed gelachen, ik en Jul van nonkel August hebben geheel den avond gezongen dat dunderde. Gij had daar ook moeten  zijn om zoo schoone te lachen, martha zei het ook.                                                                                                 Ik heb daar 2 dagen geweest en het heeft mij niet verveelt. Gij mag het geloven ik had gisteren avond als ik thuis kwam niet veel tijd meer om te schrijven.                                                                                Ik heb geschreven naar huis en het portret van Martha en van nonkel August naar huis gezonden.    Gij zal het meschien ook al gezien hebben. ik heb ook het portret van nonkel Emiels gevraagt of en zij hebben  het niet willen geven.                                                                                                                Nu ik en Martha hebben ons te gare doen trekken in Lauwe en als  ze gedaan zijn zal ik dan een opzenden. Nu alice, gij mag geloven dat Martha en al, dat ze veel afgezien hebben 4 jaar lang bij de duitsch. Het was toch zoo content van mij te zien, dat arme schaap. Maar ik was ook content            Nu als de conge zullen open gaan zal ik u schrijven achter geld want ik zal komen met Martha en zij hebt geen belgsch noch fransch geld, t'is al duitsch en om haren trein te betalen zal ze moeten fransch geld hebben en ik zal Martha alleszins mede hebben als ik kom. Martha hebt ook ne brief geschreven. Ik heb hem in onze boite gestoken omdat gij hem sebit zouw hebben. "

Martha plant om van uit Lauwe naar Vertheuil (Fr.) af te reizen. En op 10 november 1918 schrijft Martha:

“ Beminde Alix, Het is met plijzier dat ik vandaag mijne zondag ga passeeren met u beetje te klappen van ver.      Ik heb al uwe brieven ontvangen en bedank u voor al hetgeene dat gijder voor mij gedaan hebt, ook de masseurs die voor ons zoo goedt zin. Ik heb ook dat certificaat en dat mandat van 100 fr. ontvangen en aan al uwe vragen ga ik voldoen en heb ook zeer goed verstaan wat gij gezegt had voor mijn lijf moogt gij gerust zijn,
Beminde Alix, ik weet nog niet  hoe dat dat ga gaan met dat afkomen, want wij hebben nog geen nieuws gehad van mijne patroons. Ik ga u bij enige dagen schrijven wat dat zij daarvan zeggen.      Gij ga mischien trieste zijn, maar mijne ouders voor al, want ik verlang ook zoo om hunder al te zien. Dienen dag gaat ten schoonste zijn van mijn leven als wij malkaar in volle gezondheid mogen weder zien zonder te vergeten onzen broeder Achille die daar mischien in de tranché zit om ons Belgie te verlossen.
Och dat den goeden God mochte onze gebeden aanhoren en hem sparen van alle ongelukken en welk geluk voor ons en onze ouders al groote kinders om onze ouder te helpen.

Alix, gij vraagt wat ik het meest noodig hebt, als gij wilde vragen aan moeder om mij hemden te kopen en broeks en kousen en een kleed voor den zondag, alzoo de ander dat ik hebbe gaat zijn voor de weke. 
Alix, als gij mij ook wilde plezier doen van naar mijne madam  Delannoy te schrijven voor haar te bedanken voor hetgene dat zij gedaan hebt voor mij. Ge moet maar naar hier schrijven. Zij gaan ton aan mijne madam geven als zij komt en ook een voor madam declercq, want zij hebt wel voor mij gezorgt binst den oorlog. “

Hieronder foto van Martha Vandamme met soldaat  Henri Pype , die aan de hand verminkt was door een granaat.



zondag 14 oktober 2018

Over zijn maat Cyriel Durnez

Een van zijn frontvrienden in de groten oorlog



Dit is wat er enkele jaren later in "Het Parochieblad van Gheluwe" verscheen:

"CYRIEL DURNEZ

Op 14 october 1918, zoo nakende den wapenstilstand, tusschen Beythem en Rousselare, op het grondgebied van Rumbeke, bij de Hooge Barriere, viel onze dorpsgenoot Cyriel Durnez. Ziehier wat zijn luitenant schrijft aan Theophiel, vader van den gesneuvelden soldaat:

Goede vriend,

Cyriel Durnez werd doodelijk gekwetst in den buik; bleef aldus 5 uren liggen op 't slagveld tusschen onze en de duitsche lijnen. Na vijf uren lijden - 't was reeds avond - wierd hij achteruit gedragen in een huisje waar doktoors en almoezeniers verbleven om de gekwetsten te lenigen. Ik ken zijne laatste stonden niet, want ik moest vooruit met mijne mannen - nog 19 had ik er over van 60. Ik wed dat een van onze drie almoezeniers uw zoon heeft bijgestaan aan zijne dood.

Cyriel was altijd een voorbeeld van goed gedrag, nooit geen vloek, noch slechte klap! Geen slechte gezelschappen. Binst zijn lijden op 't slagveld morde hij niet; hij wist dat hij zou sterven: zijne wonde was te erg: hij heeft zich zonder twijfel tot den Hemel voorbereid. Ik zal zondag vurig gebed doen voor mijnen besten soldaat."

Bron: Gevallen op het veld van eer... Cyriel Durnez. Auteur: Johan Durnez


dinsdag 25 september 2018

Zou graag een konijn fretten


Op speciaal briefpapier met pentekening van A Bastien schrijft hij:
" Alix, ik verlang zo om in congé te mogen komen om een konijn te fretten en het duurt nog zo lang.
Als er een vet is, slaat hem maar de kop af en zend hem maar op. Ik zal hem hier fretten. Nu, in afwachting aanvaard mijn beste groeten van uw toegenegen broeder.

's Anderen daags schrijft hij " Alix, ik heb gisteren gevraagt om een konijn te hebben als ge wilt steek er twee vleschen win in."

Onze dappere piotten zijn al over Roeselare


Onze dappere piotten zij al over Roeselare
Uit de meer dan 150 frontbrieven schreef mijn oom, Soldaat Achiel Vandamme  op 29 sept.1918 naar zijn oudste zus.
 “ Beminde zuster,     
  Op het Duits papier kom ik u enige regels te schrijven en de staat van mijn gezondheid kenbaar te maken. Ik ben 8 dagen redelijk in het gevaar geweest maar nu is het beter daar onze dappere piotten al over Roeselare zitten en de Engelsen in Menen en ze gaan nog altijd vooruit . Wij hebben ook al boven de 2000 gevangen genomen. Het bis papier van de Duitsch waarop ik schrijf. Ik hen al veel nieuws. Nu Courage, tot later,                                                                                                                                                uw broeder Achille.”

Op 12 oktober schrijft hij
“ Wij hebben altijd veel werk met den offensief. We zijn afgelost geweest en wij moeten weer beginnen. ’t Is toch wel wreed, den oorlog is bijna gedaan en de Belgen mogen geen repos meer hebben. ‘tIs wreed  hoeveel Belgen er nu op het slachtveld liggen. Nu gij vraagt hoe het gesteld is waar <wij vooruit gegaan zijn. Ik ben tot tegen Moorslede geweest met iemand van daar en we wisten niet meer waar we waren. Er stond niets meer recht, zelfs geen “brieke” meer. En verder zagen we  Dadizele die nog niet veel geschonden is maar ze schieten er hele dagen op en ’t is ook al geheel plat. Ik zie als den oorlog gedaan is dat er geen huis van heel Belgie nog geheel is.”

donderdag 15 februari 2018

zaterdag 19 november 2016

Bidprentje Achiel Vandamme

Dit is het bidprentje van Achiel, gedrukt in Lauwe, 
wellicht door toedoen van zijn familie in Lauwe

" Vreugdig zag hij den zegepraal van 't Vaderland en op 't ogenblik dat hij de zoete hoop mocht koesteren zijn geboortegrond en de geliefden zijns herten weder te zien velde hem de ziekte neder. "


Lauwe